vrijdag, 02 december 2005

35. Sinterklaas: levensverhaal 8: Pijp aan collega Maarten

Bij het eerste levenslicht van een kind kan je moeilijk op voorhand zeggen dat dit exemplaar een heilig leven zal leiden. Daarom kennen we van vele Heiligen niet de juiste geboortedatum maar meestal wel de juiste sterftedatum. Ook bij de Sint is dit het geval, van het jaartal zijn we echter niet heel zeker.

Op 6 december (waarschijnlijk in 347) gooit onze bisschop van Myra zijn anker uit in de hemel en krijgt hier op aarde nog een marmeren graf. Aan het hoofdeinde van het graf ontspringt een oliebron (geen dieselolie maar wonderolie!) en aan zijn voeten een waterbron. Uit zijn gebeente vloeit tot op heden nog olie (heden = middeleeuwen - Legenda aurea van Jacobus de Voragine).

Sinterklaas was zo populair bij het volk, dat zijn opvolger, de nieuwe bisschop, wordt weggepest. Hier komt nu het bewijs dat de Sint nog voortleeft: uit protest vloeit er aan het hoofdeinde van het graf geen druppel olie meer, tot de brave nieuwe bisschop mag terugkomen.

De Turken teisteren later de stad en in een samenzwering met 4 monniken willen enkele ridders het lichaam in veiligheid brengen. Bij het openen van het graf is het lichaam met olie omgeven. 47 ridders nemen het lichaam en zorgen voor de translatie naar het Italiaanse Bari waar het in 1087 met groot eerbetoon ingehaald wordt.


17:23 Gepost door Joris Luyten | Commentaren (0) | Tags: geestige heiligen

De commentaren zijn gesloten.