vrijdag, 13 januari 2006

89. Geluk op vrijdag de dertiende

Thuis, in onze korte broekperiode, kregen wij iedere vrijdag een visfestijn voorgeschoteld. We noemden dat vasten! We kennen weinig mensen die zo verzot waren op vis als ons vader zaliger, die vond dat ‘vasten’ gewoonweg subliem. Toch was de reactie van ons moeder zaliger soms niet mals. Om de werkelijke betekenis niet uit het oog te verliezen trakteerde ze ons soms op zure haring, met gestompte patatten. De Christelijke gedachte van vrijdagvisdag refereert naar Goede vrijdag en dus naar het lijden en de dood van Christus. In het gepaste seizoen werd de zure haring soms wel vervangen door heerlijk nieuwe maatjes.Het bijgeloof van dertien refereert bij de Christenen naar het laatste avondmaal, waar Christus en zijn twaalf apostelen met dertien aan tafel zitten. Judas wordt beschouwd als de dertiende en ongeluksbrenger aan die tafel. Later wordt Judas vervangen door Mattias, en wordt Paulus nog bij het clubje gevoegd, zodat we met Judas Iskariot 14 apostelen kunnen opnoemen, hoewel Paulus en Judas Iskariot eerder aparte gevallen zijn.Hoe dan ook, iedere keer op vrijdag de dertiende voelen wij ons bijzonder gelukkig omdat wij onze dag daardoor niet laten verpesten. We lopen dan ook met de glimlach een zwarte kat tegen het lijf, schoppen een hoefijzer weg terwijl we rustig onder een ladder door lopen, vertrappelen een klavertje vier, kappen zout over een wijnvlek en schieten telkens in een onbetamelijke lach als we voor de zoveelste keer een spiegel breken.

 

14:47 Gepost door Joris Luyten | Commentaren (0) | Tags: dieren, weten, geestige heiligen

De commentaren zijn gesloten.