donderdag, 28 februari 2008

538. Moeder Babelutte en de natuurgidsen

Babbelaar, babbelkous, Babel, babi pangang … hé, waar is babelutte?

Allez Van Dale, kent gij dat niet? Die boterspek, in 1885 uitgevonden door Moeder Babelutte (Knokke-Heist, 1841 – 1912).

‘Den Dikke’ gebruikt de originele benaming: een babbelaar.

Een babbelaar of babelutte is een snoepje van boter en suiker.

Een snoepje is ook een schattig persoon of voorwerp, en wordt ook wel eens een dot genoemd.

Een dot is ook een donzig wollen bolletje.

En nu zijn we waar we moeten zijn: met de natuurgidsen in de Ekerse putten.

We gaan daar een eindje vogelspotten (staat ook niet in ‘Den Dikke’; die mannen hebben daar nog veel werk).

De schattige vogel die ons het meest interesseert ziet eruit als een donzig wollen bolletje en duikt regelmatig onder water, met zijn aars naar boven, om daar vrij lang op zoek te gaan naar voedsel. Nu kunnen we pas die vogel zijn naam goed onthouden, we hebben het over de dodaars. (We hadden eerst ‘aarsdot’ geschreven, maar dat bestaat niet.)

Klik op onze dubbele dot hier beneden, en we toveren u midden in de Ekerse putten.

(foto: JGL5637)


080228-JGL5637

 

 

10:47 Gepost door Joris Luyten | Commentaren (2) | Tags: weten, gidsen, plezier, eten en drinken

Commentaren

Dag gidsjoris, wat een mooie wandeling ,alleen het weer leek niet denderend.
En ja die zakken van moeder babbelutte kennen wij hier goed hoor. De babelutten zijn nog altijd even lekker!mjam mjam!

Gepost door: magda | donderdag, 28 februari 2008

Dag gidsjoris De snoepjes ken ik :-) De vogel heb jij me hier leren kennen. Prettig weekend !

Gepost door: Joke | vrijdag, 29 februari 2008

De commentaren zijn gesloten.